• 10 juli 2018
  • BPT

“He Aad, goedenavond! Gert Jan is al binnen geloof ik”. Aad en René lopen samen het in verbouwing zijnde wijkgebouw De Boot binnen. Gert Jan is aan het rommelen en kan het licht niet vinden. “Ze zouden een lichtpuntje voor ons aanhouden maar nee hoor”, moppert hij. “Ah joh, ik schijn wel even bij met de lamp”. René schijnt met de zaklantaren in de kast waar notitieblokjes, folders, de telefoon, pennen, zaklantarens en veiligheidshesjes liggen. Aad pakt de telefoon en probeert de Meldkamer te bellen. Ja, na een paar keer pielen lukt het. “Goedenavond, wij zijn van Buurt Preventie Team Damsigt en gaan onze ronde lopen, zijn er specifieke zaken waar we op moeten letten? Nee, oké, we gaan lopen. Bedankt”.

Aad, Gert Jan en René spreken af dat ze eens gaan kijken waar de AED’s hangen. Alle drie hebben ze een reanimatiecursus gevolgd en ja, dan moet je wel weten waar die AED’s hangen. “Laten we ook weer letten op verlaten huizen, waar geen licht brandt en waar duidelijk niemand aanwezig is, René, neem jij de folders mee?” “He boys, is dat geen asbest in deze container?” vraagt Aad zich af. Vragend buigt het drietal zich over de platen die in een container liggen maar geen van allen durven ze het met zekerheid te zeggen. “Laten we er een melding van maken dan mogen zij het uitzoeken”, besluit Gert Jan en ze vervolgen hun weg door het Sijtwendepark. Al pratende over de Koningsdagviering in de Damsigstraat lopen ze door het park. Het is nog te koud voor jongelui om lekker te chillen dus het park ligt er verlaten bij op een enkele hond en baasje na. Via de kleurenbuurt loopt het drietal richting de molen en Gert Jan weet dat de AED aan de zijkant van het molenaarshuisje hangt. “Oké, goed bereikbaar zowel te voet als met de fiets of de auto, welke pakken we nu?” vraagt René. “Bij Cartouche moet er ook een hangen maar die hangt binnen dus daar kunnen we nu niet bij, maar laten we maar gaan kijken”.

Als ze de Rodelaan oversteken zien ze opeens twee fietsen in het schemerdonker de zij-ingang van de begraafplaats in gaan. Gert Jan vindt het vreemd en ze besluiten zelf ook de begraafplaats op te gaan om te kijken of het allemaal wel in de haak is. Na enkele paadjes zien ze een echtpaar bij een graf staan en ze besluiten er verder geen aandacht aan te schenken. Over het fietspad van de Veurselaan lopen ze richting Cartouche. Op het fietspad zien ze dat de verkeersteller kapot is, een snoer ligt in de berm in plaats van over het pad waardoor die waarschijnlijk niet werkt. Ook dit wordt in het rapport gemeld zodat daar actie opgenomen kan worden. “He, hoor jij die stemmen ook?” vraagt Gert Jan. Inderdaad, verderop in het park horen ze stemmen van een paar gasten. Het is bijna donker dus eigenlijk mag er niemand meer in het park zijn. Ze besluiten een kijkje te nemen. Er loopt een trimmer maar die maakt geen lawaai. “Daar, op de heuvel, bij de kabelbaan”, ziet Aad. Als het drietal de heuvel oploopt spreken ze af dat Gert Jan de enige is die ze aan zal spreken. “Nog 10 minuutjes, mijnheer”, antwoordt de jongen braaf en maakt nog 1 x een tochtje met de kabelbaan. Verderop ligt een berg bierblikjes. Tja, Koningsdag…. ”Nemen jullie die blikjes weer mee?” zegt Gert Jan en ook hier weer een braaf “Natuurlijk mijnheer”. Nette jeugd in Damsigt he………

Verderop in de Veurselaan zien ze een huis met alle gordijnen open en geen licht aan. Het is duidelijk dat de mensen nog Koningsdag aan het vieren zijn. “Als ik inbreker zou zijn dan zou ik hier mijn slag slaan”, zegt Aad. “Ja, die TV is mooier dan die van jou”, spot René. Gert Jan schrijft een briefje om de bewoners te attenderen op het risico en doet het in de bus. Het hek bij Cartouche is dicht dus ze kunnen niet bij de AED. “Andere keer dan” besluit René en ze lopen verder. In de Ruysdaellaan staat een damesfiets bij een lantarenpaal. Geen kettingslot, geen gewoon slot, niks. “Nou daar rij je zo mee weg”, zegt Gert Jan. René schrijft een briefje en frommelt dat tussen de remkabels. Misschien dat de eigenaresse dan de volgende keer wel haar fiets op slot zet. “Als die er straks nog staat tenminste”, zegt Aad.

In de Rode Pannenbuurt staat een huisdeur wijd open terwijl het toch al bijna 22:30 uur is. Voorzichtig kijkt Gert Jan naar binnen en roept :”Hallo!”. Geen antwoord. Aad ziet plots een vrouw in haar nachthemd over straat lopen. Ze is op zoek naar haar poesje. Het blijkt haar huisdeur te zijn en ze bedankt het drietal voor de oplettendheid. Verderop in de straat is weer een huis waar helemaal geen licht brandt. “Maar ja”, zegt Aad, “het is ook al half elf geweest hoor. Het kan best zijn dat die mensen al lang op een oor liggen”. “Kijk eens, boven zijn de gordijnen ook nog open. Als ik inbreker zou zijn dan zou dit een mooi doelwit zijn”. Ze besluiten toch maar een briefje in de brievenbus te doen. “Kan geen kwaad”.

Op de terugweg richting De Boot ziet Aad ook nog een stoeptegel die omhoog steekt. “Die gaan we ook op het rapport zetten”, zegt hij. “Toch zie je dat de Gemeente daar meestal snel actie opneemt als we dat melden”, concludeert René al verwijzend naar een eerdere melding. Als het drietal wordt ingehaald door 2 jongens op de fiets hoort Aad dat een jongen zegt: “Het lijken wel Playmobiel-agentjes”. Het drietal schiet in de lach als ze doorhebben dat de vergelijking op hun sloeg. Aangekomen in De Boot belt Aad de meldkamer weer om te zeggen dat de ronde is afgelopen en dat ze het rapport zullen opsturen. “Bedankt heren dat jullie een Buurt Preventie Rondje hebben gelopen op Koningsdag”, zegt de agent. “Groeten thuis boys” zeggen de mannen tegen elkaar en ieder gaat naar zijn eigen huis om dan toch nog te proosten op de Koning.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.